Uit De Demarrant van ......... 1960
Waar is de clubgeest gebleven?
Ja, heren renners dat is een sombere vraag, nu wil ik niet zeggen dat de stemming niet goed is, verre van dat, doch als er vergaderingen of trainingswedstrijden in de club zijn, dan zijn het altijd dezelfde leden, die verschijnen. Daar zijn we uiteraard blij om, omdat we een aantal trouwe leden hebben, doch wij zouden zoo gaarne zien dat deze bijeenkomsten nu eens drukker bezocht worden. Dat is zowel voor het bestuur als voor de leden veel prettiger, niet dat het nu ongezellig is, maar het kan beter.
Als ik dan zo terug denk aan de twee jaren die ik nu in het bestuur zit en de tijd dat ik zelf als lid nog op de ledenvergadering kwam, ja dan was de opkomst toen beter en nu weet ik dat er toen een zekere sensatiezucht bij was. Om deze reden, dat er in die tijd in het bestuur nogal eens meningsverschillen waren en toen ik in het bestuur kwam waren er velen die een afwachtende houding aannamen om te zien hoe lang “De Bollenstreek” nog voort zou bestaan. Daar de club toen wel het diepste punt en de hachelijkste periode uit haar bestaan heeft doorgestaan.
Nu wil ik bij deze mezelf geen lof toezwaaien, dat ik degene ben geweest die de club tot zijn huidige bloei gebracht heeft, nee dit is iets waar het gehele bestuur en de leden eendrachtig aan mee hebben gewerkt. Het bestuur is hier echter niet mee tevreden, het wil verder en de vereniging steeds groter maken maar van de leden kan dit niet altijd gezegd worden, die geloven het meestal wel. Het gaat toch goed, dus waarom zullen wij altijd naar de vergaderingen of de training gaan, het is thuis of elders veel gezelliger en leuker.
Deze stelling wil ik echter ten zeerste bestrijden want als nu eens op de volgende vergadering elk lid komt , dat zijn er meer dan 40, dan zullen jullie eens zien wat er een gezellige sfeer of er heerst. Dan kun je ervaringen horen welke je makkers opdoen in open wedstrijden, waaruit je lering kunt trekken en je hoort ook welke dingen jullie bestuur doet om te proberen de financiële positie van de vereniging te versterken en de naam van “R en T.V. De Bollenstreek” meer naar buiten te dragen om hiermede de wielersport op een hoger plan te brengen.
In de hoop dat dit niet tot dovenmansoren gezegd is wil ik eindigen met een tot ziens op onze bijeenkomsten.
De Voorzitter.


